Eén DPP, vele standaarden: waarom de terminologie bepalend is voor interoperabiliteit

Eén DPP, vele standaarden: waarom de terminologie bepalend is voor interoperabiliteit

Het digitale productpaspoort vindt geen nieuwe taal uit, maar brengt bestaande talen samen: GS1 EPCIS, OpenEPCIS, W3C en sectorspecifieke vocabulaires. Waarom consistentie hier de echte uitdaging is.

Welke termen bevat een digitaal productpaspoort? De vraag klinkt als detailwerk, maar is bepalend voor de vraag of uw gegevens over tien jaar nog door iemand kunnen worden gelezen. Het DPP vindt namelijk geen nieuwe taal uit, maar brengt verschillende bestaande talen samen.

GS1, het W3C en het OpenEPCIS-consortium beschrijven elk een deel van de productwereld, en daar komen nog een goed dozijn sectorspecifieke EU-vocabulaires bij. De DPP moet ze allemaal tegelijkertijd spreken. De echte uitdaging is niet het kiezen van een standaard, maar het consistent toepassen van honderden termen over tientallen productcategorieën heen.

Elke standaard benoemt de zaken anders

Een verzendgebeurtenis heet bij GS1 cbv:BizStep-shipping. De nominale capaciteit van een batterij heet in de EU-batterijverordening battery:ratedCapacity. Een productnaam komt uit schema.org, een due diligence-verklaring voor de toeleveringsketen uit het OpenEPCIS-vocabulaire. Vier termen, vier bronnen, één gegevensset.

Wie hier eigen veldnamen bedenkt, creëert een eiland. De autoriteit, de recycler en de testtool van een derde partij moeten echter zonder navraag begrijpen wat er in uw DPP staat. Precies daarvoor zijn de standaarden bedoeld - en precies daarom houdt Transpareo zich strikt aan deze standaarden, in plaats van een eigen schema te bedenken.

De ruggengraat: het gebeurtenismodel van GS1 EPCIS 2.0

De levenscyclus van een product wordt beschreven via GS1 EPCIS 2.0⁠ - dezelfde standaard die al jaren toeleveringsketens in de logistiek in kaart brengt. De standaard kent vijf gebeurtenistypen: de waarneming van een object (ObjectEvent), aggregatie, transactie, transformatie en associatie. Transpareo projecteert de levenscyclusstappen van een product als EPCIS-ObjectEvents - het gebeurtenistype dat een waarneming aan geïdentificeerde objecten vastlegt.

Elke gebeurtenis bevat een bedrijfsstap (shipping, recycling, repairing) en een status (active, recalled, recycled). Uit deze bouwstenen ontstaat een traceerbaar protocol: wanneer een partij is verzonden, wanneer deze is teruggeroepen en wanneer deze is gerecycled. Machinaal leesbaar en zonder ruimte voor interpretatie.

De productgegevens: de OpenEPCIS DPP Core

Wat een product kenmerkt - materiaal, aandeel gerecycled materiaal, CO₂-voetafdruk, repareerbaarheid - wordt beschreven in het DPP-Core-vocabulaire van OpenEPCIS⁠. Het definieert klassen zoals MaterialComposition, RecycledContent, CarbonFootprintDeclaration of RepairabilityInfo.

Twee conventies zijn het vermelden waard, omdat ze fouten voorkomen: Procentuele waarden zijn altijd decimale getallen tussen 0 en 1 (dus 0,85, niet 85%). En elke informatie heeft een toegangsniveau - openbaar, geautoriseerd of beperkt - zodat hetzelfde paspoort verschillende weergaven kan bieden voor eindklanten, partners en overheidsinstanties.

Per sector een eigen vocabulaire

Hier wordt het complex. Elke productcategorie heeft zijn eigen vakvocabulaire, zoals vereist door de betreffende EU-verordening:

  • Batterijen (Verordening 2023/1542⁠): meer dan 200 eigenschappen, van de celchemie en het aandeel gerecycleerd materiaal voor lithium, kobalt en nikkel tot laadcycli en de ‘State of Health’
  • Textiel: vezelsamenstelling, kleurstoffen, risicoklasse voor microplastics, wassymbolen, recycleerbaarheid
  • Elektronica: reparatie-index, componenttypes, uitwisselbaarheid van afzonderlijke onderdelen
  • Daarnaast woordenlijsten voor ontbossing (EUDR), reinigingsmiddelen, verpakkingen (PPWR) en bouwproducten (CPR)

Een DPP past dus zijn vakterminologie aan, afhankelijk van de productcategorie - en moet toch compatibel blijven met hetzelfde basiskader.

Een context die alles bij elkaar houdt

Om te voorkomen dat deze bronnen een Babylonische verwarring worden, bindt één enkele JSON-LD-context alle woordenlijsten samen. Elk begrip heeft daarin precies één thuis: een stabiel adres (URI) waaronder de definitie ervan kan worden opgezocht.

Dat is meer dan alleen maar een voorliefde voor orde. Een DPP moet tien jaar en langer controleerbaar blijven. Als een overheidsinstantie in 2034 een paspoort leest dat in 2026 is afgegeven, moet recycledContent nog steeds precies hetzelfde betekenen als vandaag. Stabiele adressen zijn de voorwaarde ervoor dat het platform, het archief, de audit en de overheidsinstantie allemaal naar dezelfde definitie verwijzen.

39 talen in één gegevensstructuur

Transpareo beheert productteksten meertalig in een compacte structuur: één veld bevat {"de": "Wasser", "en": "Water"} in plaats van omslachtige herhalingen. Dit houdt de hoeveelheid gegevens beperkt en stelt een consument in staat om eenvoudig de gewenste taal te lezen en indien nodig terug te vallen op het Engels. 39 talen, waaronder alle 24 officiële EU-talen, worden zo zonder speciale logica gedekt.

Wat dit betekent voor uw platformkeuze

Drie vragen maken het verschil tussen een interoperabele oplossing en een eilandoplossing:

  • Hanteert het platform de gevestigde standaarden (GS1, EPCIS, OpenEPCIS, schema.org) of een eigen schema dat alleen het platform zelf begrijpt?
  • Kan het per productcategorie de juiste vakterminologie gebruiken, zonder dat u het datamodel hoeft aan te passen?
  • Zijn de gebruikte termen gedocumenteerd onder stabiele, permanent traceerbare adressen?

Als het antwoord driemaal ‘ja’ is, blijft uw DPP leesbaar - vandaag, ook bij een overstap naar een andere aanbieder en zelfs na afloop van de wettelijke bewaartermijn.

Interoperabiliteit in de nieuwsbrief

Welke standaarden en woordenlijsten de overhand krijgen - maandelijks geselecteerd en in uw inbox bezorgd.