Cosmetic Analysis - het voorgaande platform waaruit Transpareo is voortgekomen - biedt al sinds 2008 ingrediëntentransparantie voor cosmeticaproducten. Al bijna twee decennia lang. Wat andere sectoren hiervan kunnen leren voordat ze hun eigen DPP-proces opzetten.
Waarom de cosmetica-industrie een voortrekkersrol speelde
De cosmetica-industrie moest al veel eerder dan andere sectoren omgaan met verplichte producttransparantie. De EU-cosmetica-verordening 1223/2009 schrijft sinds juli 2013 voor dat elke productverpakking een volledige INCI-lijst moet bevatten. Dat is de facto de eerste ‘analoge DPP’ van de EU: een gedrukte, gestandaardiseerde, volledige ingrediëntenlijst op de verpakking.
Ruim een decennium vóór de ESPR. De sector had tijd om fouten te maken. Die fouten maken nu de andere sectoren. Dit was te voorkomen.
Wat de cosmeticasector goed heeft gedaan
INCI als gemeenschappelijke taal: de International Nomenclature of Cosmetic Ingredients is een standaard die al 30 jaar wordt onderhouden. „Aqua“ staat op elke fles, of deze nu in Seoul of Parijs is geproduceerd. De les voor het DPP-traject is: standaardiseer je vocabulaire voordat je over datamodellen gaat praten.
Wie vandaag een DPP voor de textielsector opzet, moet zich afvragen: wat is mijn INCI? Is het EN ISO 2076 voor synthetische vezels? Is het BS 8903 voor een ethische toeleveringsketen? Zonder gemeenschappelijke taal is elke technische integratie een vertaalproject.
Volgorde op basis van concentratie: INCI-lijsten zijn in aflopende volgorde van concentratie gesorteerd. Een eenvoudige truc die eindgebruikers echte informatie geeft: stoffen boven 1 procent worden expliciet weergegeven, daaronder in een verzamelcategorie. Dat is transparantie zonder bedrijfsgeheimen prijs te geven.
Toepasbaar op de DPP: geef de hoofdbestanddelen afzonderlijk weer, kleine additieven in een samengevatte rubriek. Niemand heeft de exacte hoeveelheid van elk lijmadditief in een schoen nodig.
Productaansprakelijkheid ligt bij de fabrikant of de marktbrenger: Artikel 4 van de cosmetica-verordening definieert een „verantwoordelijke persoon“ - een natuurlijke of rechtspersoon in de EU die verantwoordelijk is voor de conformiteit. Ongeacht waar het product is vervaardigd, is er precies één EU-adres voor vragen en aansprakelijkheidsclaims.
De ESPR neemt dit model over. Wie producten importeert, heeft een in de EU gevestigde verantwoordelijke nodig. Wie dit onderschat, krijgt in het ergste geval te maken met douaneproblemen.
Wat de cosmetica-industrie verkeerd heeft gedaan
Micro-ingrediënten in één pot: Alles onder de 1 procent mag in zijn geheel worden vermeld („Parfum“). Dat is transparant wat betreft de hoeveelheid, maar ondoorzichtig wat betreft de identiteit. Iemand met een allergie die reageert op linalool, vindt het molecuul niet terug in de ingrediëntenlijst - ook al zit het in het parfum.
De les voor andere sectoren: het samenvoegen van zeer kleine hoeveelheden leidt tot blinde vlekken. De DPP zou zeer kleine hoeveelheden moeten vermelden, ook al is het percentage klein. Transparantie gaat niet alleen over hoeveelheid, maar ook over identiteit.
De ‘Fragrance’-leemte: parfumcomposities worden juridisch samengevat als één ingrediënt (‘Parfum’), hoewel ze uit tientallen afzonderlijke moleculen bestaan. Meer dan 80 geurstoffenallergenen moeten volgens de in 2023 uitgebreide EU-lijst afzonderlijk worden vermeld - al het andere niet. Een bedrijfsgeheim dat een blinde vlek voor de gezondheid blijft.
De DPP mag deze aanpak niet overnemen. Als de samenstelling van de materialen verborgen blijft, mislukt de beoordeling van de recycleerbaarheid. De gulden middenweg: alle componenten zijn aanwezig in de gegevensarchitectuur, met gedifferentieerde toegang (openbaar: categorie; autoriteiten: volledig).
Traceerbaarheid tot aan de grondstof: de cosmetica-verordening vereist geen traceerbaarheid tot aan de bron van de grondstof. Voor de CAS-vermelding „Palmitic Acid“ maakt het niet uit of de palmkernen afkomstig zijn uit Sumatra of uit een duurzaam gecertificeerde bron. Dit wordt in de cosmetica-industrie inmiddels erkend als een lacune, maar is nooit wettelijk gedicht.
De ESPR dicht deze lacune. Herkomstgegevens zijn verplicht. Wie minimale transparantie à la de cosmeticasector nastreeft, gaat te kort door de bocht.
Wat we in bijna twee decennia hebben geleerd
Als platform dat sinds 2008 cosmetische grondstoffen analyseert en beoordeelt, hebben we een aantal dingen geleerd die bruikbaar zijn voor DPP-projecten.
Gegevenskwaliteit is niet binair. Een dataset is niet ‘juist’ of ‘onjuist’. Hij is voor 70 procent volledig, voor 80 procent actueel en voor 50 procent gecontroleerd. Wie wacht op perfecte gegevens voordat hij een DPP publiceert, publiceert nooit. Beter: gegevens met expliciete kwaliteitsindicatoren. Dan weet de lezer welke waarde hij eraan kan ontlenen.
Vertaling schaalbaar is niet lineair. De eerste vijf EU-talen zijn werk. De volgende vijftien zijn een kwestie van doorzettingsvermogen. Wie wacht tot de Duitse versie perfect is voordat de Nederlandse versie van start gaat, heeft na drie jaar 27 halfafgewerkte talen en geen enkele voltooide. Een gelijktijdige start, een terminologiedatabase en een geaccepteerde 85-procent-oplossing is de snellere weg.
Regulering is het begin, niet het einde. De cosmetica-verordening beschrijft verplichtingen. De interessante kenmerken van de branche - milieukeurmerken, duurzaamheidsgecertificeerde productlijnen, ethische toeleveringsketens - zijn ontstaan na de verplichting, op basis daarvan. De DPP moet zo worden gezien: verplichting als basis, meerwaarde daarbovenop. Niet andersom.
Concrete tips voor andere sectoren
Als uw sector net het ESPR-traject inslaat, neem dan drie dingen over van de cosmeticasector:
- Stel uw INCI vast: bepaal nu welke vakterminologie u als uitgangspunt erkent. Dat bespaart later per systeem een vertaalstap.
- Implementeer gradatie: geef zeer kleine hoeveelheden geaggregeerd weer, maar sla ze afzonderlijk op. Als er over 10 jaar een allergeen of een wettelijke eis bijkomt, hebt u de gegevens paraat.
- Maak de herkomst transparant: de cosmetica-industrie heeft dit nagelaten en sleept deze leemte al 30 jaar met zich mee. Dicht deze leemte vanaf het begin.
Een aanpassing over 5 jaar kost doorgaans twee tot drie keer zoveel als een eenmalige, correcte opzet.
